Overtollige liquiditeiten en de waarde van je aandelen
Cash op de balans die niet nodig is voor de exploitatie telt afzonderlijk mee in een waardering. Hoe dit onderscheid wordt gemaakt.

Overtollige liquiditeiten zijn de geldmiddelen op de balans die niet nodig zijn om de lopende exploitatie te ondersteunen. In een waardering worden ze doorgaans apart geteld, bovenop de waarde van de operationele activiteit, omdat ze geen deel uitmaken van de bedrijfsvoering en dus niet via een multiple op EBITDA of via kasstroomprognoses worden gewaardeerd.
- Overtollige liquiditeiten zijn cash boven het niveau dat de exploitatie nodig heeft.
- Ze worden apart geteld, los van de multiple of DCF op de operationele activiteit.
- Het werkzame niveau hangt af van de aard van de activiteit en de betalingstermijnen.
Wat overtollige liquiditeiten zijn
Elke vennootschap heeft een bepaald niveau aan werkkapitaal en cash nodig om lopende verplichtingen te dekken, seizoensschommelingen op te vangen en onvoorziene uitgaven te betalen. Het deel van de liquiditeiten dat boven dit werkzame niveau uitstijgt, wordt beschouwd als overtollig.
Dit overschot ontstaat vaak doordat een vennootschap over de jaren winst heeft opgebouwd zonder die volledig uit te keren, waardoor de cashpositie geleidelijk aangroeit tot boven wat de exploitatie strikt vereist.
Waarom dit onderscheid nodig is bij waardering
Een waardering op basis van EBITDA of kasstromen meet de waarde van de operationele activiteit. Overtollige liquiditeiten leveren op zich geen operationeel resultaat op dat via een multiple moet worden vermenigvuldigd, ze vertegenwoordigen gewoon hun eigen nominale waarde.
Zonder dit onderscheid zou een vennootschap met veel opgepotte cash dubbel gewaardeerd worden: eenmaal via de multiple op het resultaat, en eenmaal via de aanwezigheid van die cash zelf, terwijl de cash net los staat van de operationele rentabiliteit.
Hoe het werkzame niveau wordt ingeschat
Om te bepalen welk deel van de liquiditeiten overtollig is, wordt gekeken naar de aard van de activiteit, de omvang van de omzet, de betalingstermijnen aan leveranciers en klanten, en eventuele seizoensgebonden schommelingen in de behoefte aan werkkapitaal.
Deze inschatting blijft altijd bedrijfsspecifiek: een vennootschap met lange productiecycli heeft een ander werkzaam niveau nodig dan een dienstenvennootschap met beperkte voorraden en snelle betalingstermijnen.
Plaats van overtollige liquiditeiten in het eindresultaat
In de opbouw van de totale waarde wordt de waarde van de operationele activiteit, verkregen via DCF of multiples, doorgaans vermeerderd met de overtollige liquiditeiten en verminderd met de financiële schulden, om tot de waarde van het eigen vermogen te komen.
Voor een waardering op 31.12.2025 betekent dit dat de cashpositie op die specifieke datum relevant is, en niet de cashpositie op een later moment wanneer het waarderingsverslag wordt opgesteld.
Vragen hierover
Wordt alle cash op de balans als overtollig beschouwd
Neen, enkel het gedeelte dat boven het niveau ligt dat de vennootschap nodig heeft voor haar lopende werking, wordt als overtollig behandeld.
Heeft de aard van de sector invloed op dit onderscheid
Ja, sectoren met lange betalingstermijnen of hoge voorraadbehoeften vereisen doorgaans meer werkkapitaal, waardoor een groter deel van de cashpositie als werkzaam wordt beschouwd.
Telt ook een beleggingsportefeuille van de vennootschap mee als overtollig
Financiële beleggingen die niet nodig zijn voor de exploitatie worden op een vergelijkbare manier behandeld als overtollige liquiditeiten, tegen hun eigen marktwaarde op de peildatum.
Start een dossier
Vul je gegevens in, dan nemen we snel contact op.
Verder lezen
Deze informatie is algemeen. Ze houdt geen rekening met jouw specifieke situatie en is geen fiscaal advies.