DCF en multiples, twee methodes die elkaar controleren
Een waarderingsverslag combineert vaak meerdere methodes. Hoe discounted cash flow en marktmultiples elkaar aanvullen en corrigeren.

Discounted cash flow en marktmultiples zijn twee courante methodes om een niet-beursgenoteerde vennootschap te waarderen. De eerste vertrekt van toekomstige kasstromen, de tweede van vergelijkbare transacties of beursgenoteerde ondernemingen. Een waarderingsverslag gebruikt ze vaak samen, omdat elke methode eigen aannames maakt die de andere kan toetsen.
- DCF vertrekt van toekomstige kasstromen, multiples van vergelijkbare ondernemingen.
- Een afwijking tussen beide methodes wijst op aannames die herbekeken moeten worden.
- Waarderingsverslagen combineren vaak beide methodes voor een verdedigbaar resultaat.
Wat discounted cash flow meet
De discounted cash flow methode, afgekort DCF, raamt de toekomstige vrije kasstromen van een vennootschap over een bepaalde periode en brengt die terug naar een huidige waarde met een discontovoet. Die discontovoet weerspiegelt het risico van de onderneming en de tijdswaarde van geld.
De uitkomst hangt sterk af van de gehanteerde groeiveronderstellingen, de gekozen discontovoet en de restwaarde na de expliciete projectieperiode. Kleine wijzigingen in die parameters kunnen een aanzienlijk verschil geven in de uiteindelijke waarde.
Wat de multiplemethode meet
De multiplemethode vertrekt van een verhouding, bijvoorbeeld tussen ondernemingswaarde en EBITDA, die is afgeleid uit vergelijkbare transacties of uit beursgenoteerde ondernemingen in dezelfde sector. Die verhouding wordt toegepast op het resultaat van de te waarderen vennootschap.
Het gewicht van deze methode ligt in de vergelijkbaarheid van de referentiegroep. Een multiple uit een andere sector, een andere schaalgrootte of een andere marktcontext geeft een resultaat dat minder representatief is voor de specifieke vennootschap.
Waarom beide methodes samen worden gebruikt
DCF is gevoelig voor de kwaliteit van de vooruitzichten en de gekozen aannames, terwijl de multiplemethode gevoelig is voor de keuze van vergelijkbare ondernemingen. Door beide te berekenen, kan een waardeerder nagaan of de uitkomsten in dezelfde grootteorde liggen.
Een aanzienlijke afwijking tussen beide resultaten is geen fout, maar een signaal om de aannames te herbekijken: misschien is de groeiverwachting in de DCF te optimistisch, of is de referentiegroep voor de multiples niet goed gekozen.
Hoe de resultaten worden samengebracht
In een waarderingsverslag worden de uitkomsten van beide methodes doorgaans naast elkaar gepresenteerd, samen met een toelichting bij de gehanteerde aannames. Soms wordt een bandbreedte weerhouden in plaats van één enkel cijfer, net omdat waardering geen exacte wetenschap is.
Voor een peildatum als 31.12.2025 gaat het er niet om een absoluut juist cijfer te vinden, maar om een methodologisch onderbouwde en verdedigbare waarde, gestaafd door meerdere invalshoeken die elkaar controleren.
Vragen hierover
Welke methode geeft de juiste waarde
Geen van beide methodes is per definitie juister. Elke methode heeft eigen aannames, en de combinatie van beide geeft een beter onderbouwd beeld dan één methode alleen.
Is DCF altijd mogelijk
DCF vereist een redelijk betrouwbare inschatting van toekomstige kasstromen. Bij zeer jonge vennootschappen of sterk wisselende resultaten is die inschatting moeilijker te onderbouwen.
Waarom wijken multiples soms sterk af tussen sectoren
Multiples weerspiegelen de risicoperceptie en groeiverwachtingen van een sector. Een kapitaalintensieve sector krijgt doorgaans een andere multiple dan een sector met lage kapitaalbehoefte.
Start een dossier
Vul je gegevens in, dan nemen we snel contact op.
Verder lezen
Deze informatie is algemeen. Ze houdt geen rekening met jouw specifieke situatie en is geen fiscaal advies.